De tandriem die leerde zweven. De ATP 10 in de hovercraft-racerij
Het weegt net iets meer dan 180 kg, heeft twee motoren, twee propellers en ziet eruit als een boot die kan vliegen. Overal waar de bouwer ervan, de uit Hannover afkomstige Ingo Blank, ermee opduikt, baart hij veel opzien. Het ongewone voertuig is een hovercraft, die uit Engeland afkomstige mix van zwevende boot en voortstuivende kist die we in grote uitvoering kennen van de autoreclame en van tochtjes over Het Kanaal.
De 32-jarige Ingo Blank, geschoold automonteur en met een commerciële opleiding, is een van de weinige Duitsers die de hovercraft-sport in Duitsland beoefent en ook internationaal met alleszins goed resultaat zijn mannetje staat in deze tak van sport, waar nog de geur hangt van authenticiteit, vakmanschap, moed en exceptionele prestaties, en de grote sponsoren nog niet staan te trappelen op de stoep. Wat de in het dagelijks leven bij de heftruck-specialist Nicolic in Hannover werkende Blank doet, wordt gekenmerkt door individualisme, voortdurend knutselen en verbeteren en de moed om zichzelf in de zes keer per jaar gehouden races in de formule 2 in Duitsland steeds opnieuw te bewijzen. In deze op één na zwaarste hovercraft-racewedstrijden, waarin de totale cilinderinhoud is beperkt tot 500 cc, heeft hij het in ieder geval toch al tot tweede op de ranglijst gebracht.
Tien jaar geleden kwam de automonteur uit Hannover in contact met deze buitengewone sport - die even zware eisen stelt aan het pure vakwerk als aan technisch inzicht - toen een oom een hovercraft meebracht uit Engeland, waar deze voertuigen zich in een grote populariteit mogen verheugen.
Samen met zijn vader, die ook nog races rijdt, groeiden de Blanks en de hovercraft zo ver naar elkaar toe dat Ingo op een dag begon met de bouw van een eigen exemplaar. Het zwevende virus had hem gepakt en heeft hem tot op de dag van vandaag niet meer losgelaten.
Zo snel hij in de race-weekends in de training en in de telkens zes manches van 20 minuten ook bezig is, Ingo Blank heeft toch een bijna menselijk probleem: hij moet voortdurend op het gewicht letten. Minder op dat van hemzelf, maar wel op elk grammetje van zijn racemonster dat op zijn luchtkussen met bijna 100 km/h over het parcours vliegt en door de piloot via gewichtsverplaatsing en twee in de luchtstroom staande leischoepen wordt gestuurd. Elke gram die hij niet hoeft te verplaatsen, verbetert de prestaties.
Dit principe en de wens van een nog betere gewichtsverdeling waren het ook die in samenwerking met Jürgen Dittrich van MULCO EWIV-partner Wilhelm H. Müller in Hannover leidden tot de toepassing van een 32 ATP10 tandriem uit het brede programma van MULCO EWIV, Europees marktleider van polyurethaan tandriemen. Want de achterste van de twee watergekoelde tweetakt-motoren, een 350 cc Yamaha, brengt maar liefst rond de 60 PK over op de propeller, waarvan de rotorbladen bij vollast met 3.500 t/m en aan de uiteinden van de bladen met meer dan 500 km/h draaien. Niet minder dan 20 m³/sec. genereert de aandrijfmotor bij de luchtschroef, terwijl de voorste, 125 cc Suzuki tweetakt-motor de hovercraft met 2,2 m³/sec. optilt.
De nieuwe PU-tandriem ATP 10 bewijst dankzij de combinatie van zijn speciaal gevormde trapeziumvormige tanden met buigwisselvaste en rekarme trekkoorden alsmede een speciaal polyurethaan de ideale partner te zijn in geval van snelle en voortdurende lastwisseling van de aandrijving van de achterste propeller. Bovendien bespaart hij een aanzienlijke hoeveelheid gewicht omdat hij smaller is geconstrueerd dan zijn voorganger, een 50 AT 10 en daardoor ook de toepassing van smallere en lichtere riemschijven toelaat.
Zoals ook dit buitengewone toepassingsvoorbeeld verduidelijkt, is er geen aandrijvingsprobleem of toepassing te bedenken die met het gebruik van PU-tandriemen en accessoires uit het uitgebreide programma van MULCO EWIV niet optimaal kan worden opgelost.
Hannover, maart 2002
Mulco – Europe EWIV

